I WOULD THAT BE A PROBLEM?

Op een dag werd er in de bak met kladpapier ‘I WOULD THAT BE A PROBLEM?’ gevonden op het kantoor. Een kantoor midden in Berlijn. Het kantoor van een bedrijf dat muzieksoftware maakt. Dit kladpapier werd gevonden op de afdeling logistiek. En niet op de manier hoe u het nu leest. Nee, het werd gevonden op een A4-tje en gecentreerd. Onder elkaar geschreven stonden de letters één voor één. Het maakte het lezen niet makkelijker, wel spannender.

Die woorden moeten uit iemand gekomen zijn, vervolgens getypt en wellicht ook opgeslagen. Daarna uitgeprint, maar toch in de papierbak beland. De papierafval-bak staat gelijk aan de kladpapier- bak in het kantoor. Dus uiteindelijk toen iemand een kladpapiertje nodig had, noem ‘iemand’ mij of noem ‘iemand’ iemand anders, werd deze eruit gepakt. En iemand werd geraakt door deze al dan niet per ongeluke poëzie. Was het verkeerd uitgeprint en vlak daarna weggegooid? Of juist uitgeprint, maar door iemand anders weggegooid? Of was het een kreet om aandacht?

Niet terug te herleiden verbanden en toevalligheden, ze grijpen me keer op keer. Mijn verzameling groeit met de dag. Bijvoorbeeld de “BINGO!” in de metro; de man zocht contact met zijn vrouw:

Ik zit in de metro op weg naar mijn ex om mijn laatste spullen bij hem op te halen. Ik heb vier biertjes zitten in een gele canvas tas. Exact op het moment dat ik naar iemand typ dat ik in de metro zit met vier biertjes en mijn vingers het touchscreen raken, roept een man “BINGO!”.
De man draagt een blauwe broek, rode jas en een gele bril. Ik kijk hem aan. Twee blikken die elkaar afvragen wat er gebeurd is. Bingo omdat ik dacht aan de vier biertjes in mijn tas en hij de vier nog ongekruist op zijn gezelschapsspel-kaart had staan? Bingo omdat hij nog iemand zocht met een gele tas bij zijn gele bril? Ik kijk naar hem en zie plots ook de vrouw die naast hem zit. Blauwe schoenen, groene broek en warempel: gele tas. Onwetend en plots –vier biertjes in de tas- ben ik verzeild in een complot der primaire kleuren.

De ringtone in de Artis bibliotheek; iemand probeerde die arme man op het verkeerde moment te bellen:

Hee Eva, ik wilde nog vertellen trouwens… We waren laatst met de klas in de Artis-bibliotheek. En toen ging die gast, of die man die het daar uitlegde, die ging allemaal afbeeldingen laten zien van schelpen en zeemeeuwen, helemaal van die getekende boeken uit eeuw puntjepuntje. Enne, toen, hoorden we opgegeven moment allemaal geluid en we dachten van wat horen we nu. Het was een soort zee-geluid met vogels. Maar toen bleek het dus zijn ringtone vanuit zijn broekzak.

De man bij de glasbakken; hij wilde een grapje met me maken:

Ik gooide net drie flessen wijn weg bij de glasbak en een man zei tegen me: “Sow! Lekkere avond gehad?”

De “uch um” op de racefietsen; de keel werd geschraapt voor een nog grappiger verhaal in de niet afgesproken wedstrijd ‘Wie vertelt het grappigste verhaal?!’ tijdens de fietstocht:

We fietsen in de schemer over de Rijn, alle drie op een racefiets. Ik fiets helemaal rechts en moet telkens uitkijken niet in de berm te fietsen. “Uch hm,” de jongen helemaal links schraapt zijn keel. “Uch hm,” het meisje dat ons van de andere kant passeert schraapt haar keel op précies dezelfde manier. Ik was getuige van een kuch-echo. We lachen alle drie, het meisje misschien ook.

Het vakantieverslag; het leven als een film met achtergrondmuziek. Deze SMS ontving ik van een vriendin terwijl ik naar Spaanse muziek luisterde:

<<Ik heb salsa gedanst, met de enige echte spanjaard. Heel sensueel. Hij legde zijn hand op zijn borst en toen fluisterde hij in mijn oor: “Follow me.” Ik trapte een paar keer op zijn tenen, maar hij pikte alles, niets was te veel. Voorhoofden tegen elkaar leunen en walsen maar. Hij zei: “Are you drunk?” Um, ik zei dat ik dat niet was, maar dat was ik natuurlijk wel. Ik hielde me van de domme, zoiets. Hij wilde me zoenen, ik moest hem afweren, het werd me te veel. Hij wierp zijn blik af naar een meisje die naast me stond, bleek z’n vriendin te zijn. Hij zei: “That’s my girlfriend.” Ik stond perplex, blijkbaar vond hij dat normaal. Vreemde cultuur, dacht ik. We vervolgden de salsa. Ik werd geil. Hij schuurde langs mijn lichaam met zijn overweldigende lichaam. Ik had het allemaal niet meer op een rijtje, ik gaf me er aan toe. Mijn vriendinnen wuifden naar me, ze waren lyrisch, begrijpelijk. Ik wil een orgie, kon er niet omheen draaien. Stel je eens voor; alleen maar sentimentele Spanjaarden die alles romantiseren. Nu ga ik naar een museum voor de moderne kunst.>>